Bramen

Bramen

De bramen zijn vroeg dit jaar. Eind juli zien we al mooie zwarte exemplaren, hoewel de meeste nog rood en onrijp zijn. Sommige zwarte bramen smaken nog zuur, maar vaak zijn ze al lekker zoet. Het belooft een goed bramenjaar te worden. We conserveren bramen in jam en gelei. En we verwerken ze in salades en desserts. Als er genoeg oogst is gaan we er wijn van maken en eau de vie.

Blog

 

Ganzeneieren rapers worden slachtoffer van 112

Maart 2017.
Op jacht naar ganzeneieren spoelden we aan op een onbewoond eiland. Op
700 meter van de bewoonde wereld zaten we hopeloos vast en belden we tenslotte 112. Een absurde noodsituatie.
De plaats van handeling is het Oostzanerveld, een moerassig natuurgebied, doorsneden door talrijke sloten en vaarten. Op de verlaten veeneilandjes broedt de gans en voor het rapen van de eieren heb ik een vergunning gekregen.Met ons fluisterbootje doorkruisen we het gebied in grote stilte en onthaasting (de elektromotor produceert een snelheid van 2 km/uur). We rapen twee emmers eieren.
Vandaag staat er een stevig briesje, kracht 4 of 5 schat ik. Dat valt pas op als we omdraaien om terug te gaan. De boot komt simpelweg niet tegen de wind in en we worden
naar de kant geblazen. De accu begint leeg te raken. Zo spoelen we aan op een onbewoond eiland. Vier grote moddersloten snijden ons af van de beschaafde wereld.
Zal ik gaan zwemmen en de boot trekken, stelt Johan voor. Dat lijkt geen goed idee, gezien het ijskoude water en het gewicht van de boot. We kunnen onze survival-skills in
praktijk brengen, bedenken we. We kunnen vuur maken en we hebben genoeg eieren
voor een week. Helaas is het praktische bezwaar dat Johan om 3 uur op zijn werk moet
zijn.
We bellen met het haventje of iemand ons kan helpen. Helaas er is niemand met een boot
beschikbaar. Bij de watersport verderop idem dito. Vraag de brandweer, adviseert men
ons.
En dus bellen we 112 en leggen onze belachelijke noodsituatie voor. Men weet geen
onmiddellijke oplossing en belt straks terug.
Dan krijg ik een helder idee. Als je niet tegen de wind in komt, kan je nog altijd met de
wind meevaren. Een paar kilometer benedenwinds zie ik een paar huisjes aan het eind
van de vaart.
Dan belt 112 met het bericht dat ze een helikopter sturen. Dat lijkt ons een brug te ver. We
gaan kijken of we met de wind mee kunnen varen, zeg ik. Nee, niet doen, zegt 112 met
klem, als u zich verplaatst gaat u uw redding bemoeilijken. Maar we gaan ons zelf redden,
breng ik daartegenin. Nee, het is niet de bedoeling dat u zichzelf gaat redden, zegt 112
gepikeerd.
Het is net als in de psychiatrie: als je om hulp vraagt word je meteen tot hulpeloze patiënt
gereduceerd. Doctor/112 knows best en je moet meewerken aan je behandeling.
Op eigen gezag steken we van wal. De motor draait nog een beetje en met de peddel
kunnen we bijsturen. Dankzij de wind komen we vooruit. Johan belt zijn werk dat het een
uurtje later wordt en alles is weer under control.
We spoelen aan op het erf van een boerderij, waar een aardige boerin ons belangstellend
ontvangt. Dankzij haar warme aandacht zijn we spoedig verlost van onze
posttraumatische stress. Met behulp van een taxi kunnen we ons sociale leven hervatten.
De boot mag een paar dagen aan het erf blijven liggen. Eind goed, al goed.

Mark Jansen